Onderzoek supervisie

Samenvatting

Dit onderzoek is gedaan in opdracht van het lectoraat Zorg & Spiritualiteit, verbonden aan de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle. Het lectoraat wilde graag meer te weten komen over de mate waarin en de wijze waarop supervisie bijdraagt, c.q. zou kunnen bijdragen aan de competentieontwikkeling van zorgverleners in opleiding bij het verlenen van spirituele zorg.

Onderzoeksvraag

In welke mate en op welke wijze draagt supervisie op de GH bij aan de ontwikkeling van een professionele beroepshouding met betrekking tot het omgaan met de levensbeschouwing van cliënten?

Opzet onderzoek

Het onderzoek is hoofdzakelijk kwalitatief van aard. Er zijn interviews gehouden met de twaalf supervisoren die supervisie geven aan de derdejaars social work studenten. Zij zijn bevraagd op de mate en de wijze waarop de levensbeschouwing van de cliënt aan de orde komt binnen supervisie en welke factoren daarop van invloed zijn. Tevens is hen gevraagd of zij tijdens het supervisietrajectvgroei zien bij de supervisant op dit gebied.vDaarnaast is er een vragenlijst uitgezet onder de derdejaars social work studenten die supervisie volgen. In deze vragenlijst konden zij aangeven in welke mate en op welke wijze levensbeschouwing van de cliënt aan de orde komt en of het heeft bijgedragen aan hun professionele ontwikkeling op dit gebied.

Resultaten en conclusie

Het onderzoek wijst uit dat het omgaan met de levensbeschouwing van de cliënt weinig expliciet aan de orde komt. Supervisoren geven aan dat het impliciet meer aan de orde komt, maar uit de vragenlijst onder de supervisanten lijkt dit niet als zodanig herkend te worden. Het instrument supervisie binnen de GH lijkt in eerste instantie bij te dragen door bij de supervisant een leerproces op gang te brengen in het herkennen van zijn eigen levensbeschouwing. Dit proces is voorwaarde om van daaruit professioneel om te kunnen gaan met de levensbeschouwelijke vragen van de cliënt, ook al heeft die cliënt een heel andere levensovertuiging dan de supervisant. Daarbij zijn de socialisatie van de supervisant, de identiteit van de stageplek en de stijl van de supervisor van grote invloed op het wel of niet aan de orde komen van deze thematiek.

Terug