Moreel Competent
Het project Moreel competent is in 2010 afgesloten en heeft de volgende materialen opgeleverd.
Praktijkboek Dat doet deugd
Dat doet deugd is een praktijkboek over deugden in het VO. Het is geschreven voor leraren die aan de slag willen met deugden, maar ook ouders of verzorgers, jeugdwerkers en coaches kunnen ermee werken. De auteurs zijn Gerrit van der Meulen, Pieter Vos en Wilma van der Jagt en bevat kleurrijke voorbeelden die ontleend zijn aan de dagelijkse praktijk. Negen docenten van de drie bij het project betrokken vo-scholen zijn elk aan de slag gegaan met een deugd naar keuze. Dat levert een mooi palet aan lesideeen op. Een docent aardrijkskunde is bijvoorbeeld aan de slag gegaan met de deugd rechtvaardigheid, in praktijklessen over houtbewerking worden deugden als maat en toewijding centraal gesteld en in lessen Engels wordt de deugd tolerantie uitgediept. Verder bevat het boek allerlei praktische aanwijzingen voor docenten om in de dagelijkse schoolpraktijk te werken aan morele vorming. Het boek sluit af met een achtergronddeel waarin de deugdethische benadering, de morele ontwikkeling van leerlingen en passende werkvormen worden toegelicht.
Boek Jong. Mores en sores van jongeren van nu
Het boek is een uitgave van ForumC in samenwerking met het Lectoraat Morele Vorming, Klik hier voor een kort overzicht van de inhoud van het boek.
Leskaternen Morele Vorming voor het VO
In het kader van het project Moreel Competent zijn katernen ontwikkeld voor leerlingen in het Voortgezet Onderwijs. Aan de katernen werkten diverse leerkrachten uit het VO mee. De katernen zijn geschikte handreikingen om in de klas meer aandacht te geven aan de morele vorming van leerlingen. In deze reeks zijn de volgende titels verschenen
- Respect is een deugd: Voor de (w)aardigheid
- Groeien in deugden: Hoe wil je zijn?
- Verantwoordelijkheid is een deugd: Maatschappelijke stage
- Maat is een deugd: De kunst van het genieten
- Vriendschap is een deugd: Van twee kanten
- Eerlijkheid is een deugd: Wie ben jij online?
- Liefde is een deugd: Liefde en seksualiteit
- Zorg voor milieu is een deugd: Afval in de natuur
Klik hier om de katernen te downloaden. Bij deze leskaternen zijn ook deugdenposters te downloaden.
Onderzoeksrapport ‘Hoe moreel competent is de docent?’
Het onderzoek biedt inzicht in hoe de docent zich verhoudt tot de thematiek van morele vorming. Onder docenten blijkt behoefte te bestaan aan een bewustmakingsproces en een meer samenhangende aanpak en visie wat betreft de morele vorming van leerlingen. Tegelijkertijd beoogde het onderzoek de (veelal impliciete) aanwezige praktijkkennis over morele vorming te expliciteren. Daarnaast had dit deelproject als doel de verwachtingen en idealen onder docenten en schoolmanagement over morele vorming en het morele klimaat van de school te expliciteren.
Het rapport te is te downloaden op de hbo-kennisbank.
Jeugdonderzoek
Het jeugdonderzoek ‘Dat ligt eraan’ is in een intern onderzoeksrapport gepubliceerd. Er wordt gewerkt aan een boekpublicatie.
Achtergrondinformatie
Hoe kunnen docenten in het voortgezet onderwijs vorm en inhoud geven aan hun moreel vormende taak? Wat is kenmerkend voor de moraliteit en leefwereld van leerlingen? Hoe kunnen leerlingen goed worden voorbereid op hun rol in de samenleving?
Deze vragen staan centraal in het tweejarig innovatieprogramma Moreel Competent dat vanaf september 2008 van start is gegaan. Het programma wordt uitgevoerd door het Lectoraat Morele Vorming en de Educatieve Academie van de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle in samenwerking met drie scholen voor voortgezet onderwijs: het Gomarus college te Groningen, het Greijdanus te Zwolle en het Nuborgh College te Elburg. Het programma wordt grotendeels gefinancierd door de Stichting Innovatie Alliantie, een stichting gelieerd aan de HBO-raad, die voor dit project een RaakPubliek-subsidie van ongeveer 250.000 euro heeft verstrekt.
Het programma richt zich op de morele vorming van leerlingen in het voortgezet onderwijs, en dan met name op de rol van de docent daarin. Aanleiding is de vraag van leraren naar bruikbare tools om jongeren voor te bereiden op hun rol in beroep en samenleving. De rol van de docent wordt als cruciaal gezien. “Als je als docent niet interessant bent en geen vertrouwensband weet op te bouwen, zul je weinig invloed hebben op de morele vorming van leerlingen.” Ook wordt geconstateerd: “Lang niet alle docenten zijn zich voldoende bewust van hun rol.” Veranderingen in de leefwereld van jongeren stellen docenten voor nieuwe problemen en uitdagingen. Binnen het project spitst zich dit toe op het functioneren van leerlingen op school en in maatschappelijke en beroepsgerichte stages. De motivatie daarvoor werd door een docent als volgt onder woorden gebracht: “Leerlingen worden bij hun eerste baan nogal eens ontslagen vanwege hun houding. Het is daarom van groot belang dat we goed aandacht besteden aan de ontwikkeling van morele competenties bij leerlingen.”
Leefwereld van jongeren
Uit een vooronderzoek is gebleken dat leraren behoefte hebben aan dieper inzicht in de leefwereld van jongeren en de motieven voor hun gedrag. “Bij sommige leerlingen lukt het me als ervaren docent en leerlingenbegeleider niet om werkelijk contact met ze te maken. Het lijkt dan wel alsof ze in een totaal andere wereld leven,” zo verwoordt een van de docenten het probleem. Het project bestaat daarom onder meer uit een uitgebreid onderzoek naar de moraliteit van leerlingen in de derde en vierde klassen van zowel het VMBO als HAVO-VWO. Daarbij wordt uitsluitend gebruik gemaakt van kwalitatieve onderzoeksmethoden, waaronder participerende observatie in en rond de school, diepte-interviews en levenslooponderzoek. De methoden van onderzoek, evenals de onderzoeksvragen, worden ontwikkeld in samenspraak met een deelprojectgroep waarin ondermeer docenten van de drie vo-scholen zitting hebben, alsmede een klankbordgroep van leerlingen.
Docenten
Een ander deelproject is een onderzoek onder docenten en schoolmanagement, met drie doelstellingen. Allereerst inzicht bieden in hoe de docent zich verhoudt tot de problematiek van morele vorming, ten tweede aanwezige praktijkkennis met betrekking tot morele vraagstukken te expliciteren. Ten derde wil dit deelproject de verwachtingen en idealen onder docenten en schoolmanagement met betrekking tot morele vorming en het morele klimaat van de school, expliciteren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van focusgroep-onderzoek onder de docenten en het middenmanagement van de verschillende scholen, waarbij veel aandacht is voor een wederzijdse uitwisseling van kennis en het stimuleren van een reflectie op het morele handelen. Tevens vinden er interviews plaats met individuele docenten en leden van het management. Daarnaast nemen groepen docenten deel aan cursussen morele vorming. In de vorm van socratische gesprekken en deugdethische oefeningen reflecteren docenten op morele situaties op school. Hierdoor ontwikkelen professionals de competentie om te reflecteren op niet alleen het morele handelen van leerlingen, maar ook op de eigen morele waarden en opvattingen. Dit is volgens één van de docenten van groot belang omdat: “Een goede schoolcultuur begint bij de moraal van de docenten!”
Onderwijsmateriaal
Ten slotte ontwikkelen leraren samen met onderwijskundigen van de hogeschool katernen die ingezet kunnen worden in het onderwijs. Het project zal onder meer resulteren in de publicatie van deze katernen, in een handreiking morele vorming en een training voor leraren. De resultaten van de onderzoeken vormen de basis op grond waarvan de handreiking ontwikkeld wordt. De katernen worden afgestemd op de verschillende leerlingendoelgroepen. Er wordt een katern ontwikkeld voor leerlingen van VMBO, BB/KB dat zich richt op sociale competenties die leerlingen nodig hebben om hun beroepsstage of maatschappelijke stage op een goede manier te kunnen volbrengen. De focus ligt op de attitude-ontwikkeling waarbij gebruik zal worden gemaakt van de deugdenbenadering. Daarnaast zal voor de TL van het VMBO een katern ontwikkeld worden voor de maatschappelijke stage en aanvullend materiaal dat ingezet kan worden in het onderwijs. Eenzelfde soort katern zal ontwikkeld worden voor de leerlingendoelgroep HAVO/VWO. Maar ook toepasbaar voor de uitvoering van de maatschappelijke stages.
Het programma wordt grotendeels gefinancierd door de Stichting Innovatieve Alliantie, een stichting gelieerd aan de HBO-raad, die voor dit project een subsidie van 250.000 euro heeft verstrekt.
Uitvoering
Om de uitvoering op een verantwoorde wijze te laten verlopen is de volgende organisatie opgezet.
Stuurgroep (eindverantwoordelijk voor het project):
• Drs. C. Koelewijn, directeur vestiging Lambert Franckens van het Nuborgh College (HAVO/VWO), voorzitter stuurgroep
• P. Holsappel, sectordirecteur VMBO Gomarus
• L.C. Scholtus, sectordirecteur VMBO van het Greijdanus
• Dr. P.H. Vos, lector morele vorming aan de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle
• Drs. T. Spoelstra, manager Advies van de Educatieve Academie van de Gereformeerde Hogeschool (adviseur van de stuurgroep)
Projectgroep (verantwoordelijk voor uitvoering van het project als geheel):
• Drs. T. Spoelstra, programmaleider van het hele project
• Dr. P.H. Vos
• Drs. G. van der Meulen, docent Greijdanus te Zwolle, lid kenniskring lectoraat morele vorming aan de Gereformeerde Hogeschool
• Drs. A. Meester - Van Laar
Deelproject 1: Jongerenonderzoek:
• Drs. A. Meester - Van Laar, geeft leiding aan het onderzoek
• H. Sturing, docent Gomarus
• K. de Vries, docent Greijdanus
• Drs. J. Zijlstra, docent en leerlingpastor Nuborgh
Uitvoering onderzoek:
• Drs. A. Meester - Van Laar
• Drs. M. Kranenburg-Kaptein
• Drs. J. Oosterhuis-Stoit
• Drs. E. Stamhuis, borgt de deelname van studenten van de GH voor uitvoering onderzoek
Deelproject 2 en 3: onderzoek onder en gesprekken met docenten
• Dr. P.H. Vos, lector
• Drs. A. van Laar, ondezoeker lectoraat MV
• R.G. Lantman, docent Gomarus
• E. Veurink, docent Greijdanus
• C. Spijkerboer, docent / coördinator Nuborgh
Deelproject 4: ontwikkelen lesmateriaal
• G. van der Meulen (Greijdanus en lectoraat Morele Vorming): coördinator
• B. van Minnen (Gomarus College)
• J. Zijlstra (Nuborgh College)
• T. Haanappel (Greijdanus)
• A. van Zwieten (Greijdanus)
• E. Dreschler (Greijdanus)