Header project Netwerkondersteuning

Stand van zaken RAAK-onderzoek

Per 1 april zijn het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken (CvSv) van de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle en het lectoraat Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg van Windesheim Flevoland begonnen met de uitvoering van het RAAK-programma 'Netwerkondersteuning voor steunbehoevende burgers'. Samen met twaalf maatschappelijke partners uit heel onderscheiden sectoren van zorg en welzijn willen de onderzoekers antwoord vinden op de vraag wat de factoren zijn die het succes bepalen van vormen van netwerkondersteuning voor burgers die behoefte hebben aan ondersteuning.

Er worden 15 werkwijzen van netwerkondersteuning die door de maatschappelijke partners worden ingezet, onderzocht. Een voorbeeld van een te onderzoeken werkwijze is die van de vriendenkringen die opgezet worden door MEE voor mensen met een beperking.
Een heel andere werkwijze is het kwartiermakersproject die door Kwintes wordt ingezet. We onderzoeken dan één van de projecten van de kwartiermakers die gericht zijn op het vergroten en versterken van netwerken van mensen met een beperking en andere mensen in de samenleving.

De 15 werkwijzen zijn net voor de zomer geselecteerd en de onderzoekers staan nu klaar om de werkwijzen nader te onderzoeken. We doen dit door de ervaringen van diverse betrokkenen bij de werkwijzen in kaart te brengen.
Allereerst spreken we met klanten die deelnemen aan de werkwijze van netwerkondersteuning. Juist de mensen die op ondersteuning zijn aangewezen, kunnen hun voordeel doen met een goede samenwerking tussen de mensen die om hen heen staan en de professionals die bij de zorg betrokken zijn. Het geeft hen vaak veel meer regie over eigen leven.
Daarnaast zullen we spreken met de beroepskrachten. Voor beroepskrachten geldt vaak dat zij te maken hebben met allerlei formele regels en beperkingen die het hen moeilijk maken goed met de netwerken van cliënten samen te werken. Verder hebben beroepskrachten ook niet altijd een naar buiten gerichte beroepshouding.
Het derde perspectief is dat van de burgers die zich inzetten voor mensen die ondersteuning nodig hebben: familieleden, vrienden, mensen uit de buurt, vrijwilligers. Hoe ervaren zij de samenwerking met professionals?
Tenslotte zullen we de vormen van netwerkondersteuning ook nog uit organisatieperspectief bekijken: passen dergelijke werkvormen goed binnen de organisatie; nemen de managers deze werkwijzen wel voldoende serieus en geven zij de medewerkers voldoende ruimte om zich daar verder in te ontwikkelen? We zijn benieuwd wat de gesprekken met de diverse betrokkenen zullen opleveren!

Tijdbalk

Tijdschema Netwerkondersteuning