Project Netwerkondersteuning
Per 1 april zijn het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken (CvSv) van de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle en het lectoraat Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg van Windesheim Flevoland begonnen met de uitvoering van het RAAK-programma 'Netwerkondersteuning voor steunbehoevende burgers'. Samen met twaalf maatschappelijke partners uit heel onderscheiden sectoren van zorg en welzijn willen de onderzoekers antwoord vinden op de vraag wat de factoren zijn die het succes bepalen van vormen van netwerkondersteuning voor burgers die behoefte hebben aan ondersteuning.
Achtergrond van deze vraagstelling is een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling, namelijk dat de overheid een terugtrekkende beweging maakt uit zorg en welzijn en burgers en maatschappelijke organisaties ervan te probeert overtuigen dat vooral zij verantwoordelijk zijn voor de onderlinge solidariteit in de samenleving en voor het voorzien in de benodigde ondersteuning voor medeburgers die dat nodig hebben.
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zeker in een situatie waarin de gehele samenleving nog is ingesteld op een overheid die veel van deze verantwoordelijkheden naar zich toegetrokken heeft. Om die reden hebben veel maatschappelijke organisaties nog tal van vragen over de wijze waarop zij deze kanteling op de goede manier kunnen voltrekken.
Vier perspectieven
In het onderzoek wordt de vraag naar factoren die het succes van vormen van netwerkondersteuning verklaren, vanuit vier perspectieven benaderd. Allereerst het klantperspectief. Juist de mensen die op ondersteuning zijn aangewezen, kunnen veel opschieten met een goede samenwerking tussen de mensen die om hen heen staan en de professionals die bij de zorg betrokken zijn. Het geeft hen vaak veel meer regie over eigen leven. Voor professionals geldt vaak dat zij te maken hebben met allerlei formele regels en beperkingen die het hen moeilijk maken goed met de netwerken van cliënten samen te werken. Of die netwerken ontbreken bijvoorbeeld. Verder hebben professionals ook niet altijd een naar buiten gerichte beroepshouding. Het derde perspectief is dat van de burgers die zich inzetten voor mensen die ondersteuning nodig hebben: familieleden, vrienden, mensen uit de buurt, vrijwilligers. Hoe ervaren zij de samenwerking met professionals? Tenslotte zou je vormen van netwerkondersteuning ook nog uit organisatieperspectief kunnen bekijken: passen dergelijke werkvormen goed binnen de organisatie; nemen de managers deze werkwijzen wel voldoende serieus en geven zij de medewerkers voldoende ruimte om zich daar verder in te ontwikkelen?
In de bijeenkomsten van het consortium - dat zijn: vertegenwoordigers van de maatschappelijke partners en de bg. lectoraten - bleek er altijd een enorme behoefte aan onderzoek over deze vragen. Er was een gemeenschappelijk zoekende houding. Dat is een vruchtbaar startpunt. Alle betrokken partners hebben toegezegd vanuit hun eigen organisatie werkvormen van netwerkondersteuning voor te dragen voor dit onderzoek. Thans bevindt het onderzoek zich in de fase dat uit al die aangeleverde werkvormen een vijftiental zal worden geselecteerd om nader te worden onderzocht. Via digitale nieuwsbrieven houden we u graag op de hoogte over de voortgang. Wilt u deze nieuwsbrieven ontvangen, stuurt u dan een e-mail naar: samenlevingsvraagstukken@gh.nl.
Onderwerpen nieuwsbrief (1) - juli 2011
Onderwerpen nieuwsbrief (2) - oktober 2011