Jan Hoogland houdt lectorale rede28-01-2011
Prof. dr. Jan Hoogland is afgelopen donderdag 27 januari geïnaugureerd als lector Samenlevingsvraagstukken aan de Gereformeerde Hogeschool (GH). De titel van de lectorale rede die hij hield, luidt: ‘Amateurs gezocht. Over roepingsbesef in de professionele dienstverlening’. Hoogland koos de recente berichtgeving rond de gehandicapte Brandon van Ingen (18) als kapstok voor zijn rede.
“Twee weken geleden vroeg de EO aandacht voor de situatie van Brandon. Hij zat al drie jaar vastgeketend. Brandon is een sterke jongeman die agressief kan worden als hij situaties moeilijk overziet of aankan. Om het personeel tegen hem te beschermen, moet hij zich iedere keer vastgespen als mensen de ruimte waar hij verblijft betreden”, schetste Hoogland. “De EO-beelden leidden tot onbegrip en verontwaardiging. De indruk werd sterk gewekt dat we met een nieuwe Jolanda Venema-affaire te maken hebben. Maar het eigenlijke verhaal ligt mijns inziens genuanceerder.
Offers brengen
“De avond na de EO-uitzending waren Dexter Budding en zijn ouders te gast in het tv-programma De Wereld Draait Door. Ook Dexter is zwaar gehandicapt en zijn ouders besloten -na jarenlang zoeken naar passende zorg voor hun zoon- om hun baan op te zeggen, zodat zij Dexter thuis twintig uur per dag de noodzakelijke één-op-één zorg konden geven. De beelden van de liefde en de nabijheid tussen Dexter en zijn ouders spraken boekdelen: zo kan het dus ook. Maar wat het voorbeeld van Dexter Budding duidelijk maakt, is het verschil in nabijheid, betrokkenheid en emotionele binding tussen de formele zorgverlening enerzijds en de informele zorgverlening anderzijds. De ouders van Dexter brengen offers voor hun zoon die je van mensen die beroepshalve bij zorg en welzijn betrokken zijn niet kunt vragen.”
De opwinding rond Brandon brengt onmiskenbaar onbehagen over de zorg aan het licht, aldus Hoogland. “Het wrange is, dat Brandons behandeling en begeleiding professioneel gezien in orde was. Er werd zorgvuldig en volgens de regels gehandeld, zo oordeelde de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Toch bleef er menselijk gezien onbegrip over de situatie waarin hij verkeerde.” Het illustreert volgens Hoogland de grenzen en beperkingen van professionele zorgverlening. “Het lijkt erop dat het onbehagen rond de professionele dienstverlening in zorg en welzijn ermee te maken heeft dat veel mensen een soort teloorgang ervaren van zorg die eerder vanuit informeel solidaire verbanden geboden werd: gezin, familie, buurt, dorp en kerk. En ze verwachten dat de formele instituties het verlies aan veiligheid dat daarmee gepaard gaat zullen compenseren.”
Kastanjes uit het vuur
Wat ook meespeelt, is dat de afnemers van zorgdiensten zich steeds meer opstellen als mondige klanten, aldus de lector. Zorgmedewerkers hebben op hun beurt het gevoel dat het steeds meer om het geld gaat en steeds minder om de mensen die zij dagelijks helpen. “En komen de media dan met beelden van bijvoorbeeld Brandon, dan is de verontwaardiging groot. Maar wie is bereid de kastanjes uit het vuur te halen? En dan kun je je als zorginstelling met nog zulke mooie missies en glossy folders presenteren; aan veel leed en gebrokenheid kun je uiteindelijk toch maar weinig doen.”
“Waarom komt deze boodschap niet door?” vroeg Hoogland zich af. “Zelfs niet bij een christelijke omroep, die beter zou moeten weten? Evenzo wekt het politieke debat steeds de indruk dat meer toezicht, betere controle en governance tot perfecte dienstverlening kunnen leiden. Aanhangers van de ‘vrije markt’ doen steeds alsof het allemaal veel goedkoper, efficiënter en vooral klantvriendelijker kan. En professionals kunnen vaak de verleiding niet weerstaan te suggereren dat gezondheid en geluk maakbare grootheden zijn. Door het wekken van deze onrealistische verwachtingen wordt de druk op het stelsel steeds groter, terwijl er anderzijds fors omgebogen moet worden.” Dit alles maakt een verlangen naar vermenselijking van de zorg zichtbaar, meent de lector. “Ieder mens heeft namelijk de wens erkend te worden. En daar ontbreekt het niet zelden aan.”
Amateurs gezocht
Hier legde hij de link naar de titel van zijn rede. Hoogland: “Bij het woord amateur denken wij aan iemand die iets als hobby doet. Maar de eigenlijke betekenis van amateur is: liefhebber. Iemand die iets uit liefde doet en niet om het geld.” In de professionele dienstverlening is er volgens hem een grote behoefte aan amateurs. Aan mensen die om hun medemens geven en hun werk doen vanuit passie voor hun vak. “Maar het is wel van belang om reëel te zijn over wat je van professionals mag verwachten. Zij kunnen de nabijheid en liefde van informele netwerken niet evenaren. Zij kunnen niet alle problemen oplossen. Zij moeten de ruimte krijgen om naar geweten en vermogen te handelen, maar binnen de beperkingen die aan professionele ondersteuning eigen zijn.”
De rede is in boekvorm en in gesproken versie te downoaden.
U kunt het boekje ook bestellen bij het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken.